In 2025 bestaat de Vereniging voor Explosieven Opsporing precies 25 jaar. Een kwart eeuw waarin een versnipperde bedrijfstak uitgroeide tot een sector met eigen kaders, certificering en een herkenbare stem richting overheden en opdrachtgevers. Hoog tijd voor een terugblik — en een voorzichtige blik vooruit.
Van losse initiatieven naar een branche
Toen VEO in 2000 werd opgericht, was opsporing van ontplofbare oorlogsresten (OO) in Nederland vooral een zaak van enkele gespecialiseerde bedrijven die onderling weinig contact hadden. Opdrachtgevers — gemeenten, Rijkswaterstaat, waterschappen — wisten vaak niet precies wat ze konden verwachten. De sector had behoefte aan gezamenlijke afspraken over kwaliteit, veiligheid en terminologie.
De eerste jaren van VEO stonden in het teken van het organiseren van die gezamenlijkheid. Werkgroepen, een gedragscode, regelmatig contact met het ministerie van Defensie en de Explosieven Opruimingsdienst — het waren stuk voor stuk bescheiden maar belangrijke stappen.
"Wat begonnen is als een praktisch overleg tussen zes bedrijven, is uitgegroeid tot de plek waar opdrachtgevers, aannemers en overheid elkaar structureel weten te vinden." — Siegbert Nelisse, voorzitter VEO
Kaders en certificering
In de periode 2005-2012 werd hard gewerkt aan formele kaders. Het WSCS-OCE (Werkveldspecifiek Certificatieschema voor het Opsporen van Conventionele Explosieven) gaf de sector voor het eerst heldere eisen. Parallel ontwikkelde VEO de besteksbepalingen — modelteksten die opdrachtgevers kunnen gebruiken om een opsporingstraject correct in de markt te zetten.
Certificering bracht rust in de markt: duidelijk wie mag wat, en onder welke voorwaarden. Tegelijk maakte het de drempel om toe te treden hoger — iets waar we vandaag de dag nog steeds kritisch naar kijken: hoe zorgen we dat er ruimte blijft voor instroom en innovatie?
Drie kerntaken, consistent door de jaren heen
Terugkijkend op 25 jaar VEO zien we drie kerntaken die steeds centraal stonden:
- Normering en protocollen — gedragscode, besteksbepalingen en praktijkrichtlijnen die de sector structureren.
- Kennisuitwisseling — evenementen, nieuwsbrieven en de VEO Connect als centrale ontmoetingsplek.
- Brancherepresentatie — vertegenwoordiging richting ministeries, IenW, EOD, gemeenten en opdrachtgevers.
Die drie lijnen lopen als een rode draad door onze geschiedenis. Wat veranderd is: de intensiteit en de mate waarin we met data, geo-informatie en wetenschappelijke onderbouwing werken.
De bommenkaart — van idee tot instrument
Een van de zichtbaarste uitvloeisels van 25 jaar VEO is de bommenkaart. Wat ooit begon als een gedeelde spreadsheet van uitgevoerde vooronderzoeken, is inmiddels een GIS-applicatie die voor heel Nederland toont waar OO-onderzoek is gedaan. Gemeenten en adviesbureaus gebruiken deze kaart structureel als startpunt voor nieuwe projecten.
Uitdagingen voor de volgende 25 jaar
Vooruitblikkend zien we een aantal thema's die aandacht vragen:
- De samenloop met archeologie en ecologie wordt steeds complexer — de recent vernieuwde SIKB-handreiking is daar een belangrijke stap.
- Nieuwe technieken (AI-analyse, drone-gebaseerde detectie, multi-sensor platforms) bieden kansen maar vragen óók om actualisatie van kaders.
- Instroom van jong talent blijft een uitdaging in een veiligheidskritisch vakgebied.
- Klimaat: langdurige droogte, wateroverlast en grootschalige energietransitie-projecten hebben directe consequenties voor de werkwijze in het veld.
Vieren én doorpakken
Op 1 oktober 2025 vieren we 25 jaar VEO tijdens VEO Connect in De Lockhorst, Sliedrecht. Een dag van ontmoeten, reflecteren en vooruitkijken. Want een jubileum is geen eindpunt — het is een uitnodiging om met verdubbelde inzet door te gaan aan de thema's die dit vakgebied vragen: veilig werken, op basis van de juiste kennis, met respect voor wat er in onze bodem ligt.